Medische Encyclopedie – Elspeetse apotheek – Elspeet

Terug naar overzicht

Medische Encyclopedie

Inhoud

paliperidon

Paliperidon behoort tot de atypische antipsychotica. Het vermindert in de hersenen de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

Artsen schrijven het voor bij schizofrenie en bij manie.

Wat doet paliperidon en waarbij gebruik ik het?

Schizofrenie

Verschijnselen
Schizofrenie is een psychische aandoening met stoornissen in het denken, het waarnemen en het gevoelsleven. Het belangrijkste verschijnsel bij schizofrenie is verwardheid en het optreden van een psychose.

Bij een psychose ervaart men zichzelf en de wereld om zich heen anders dan de werkelijkheid. Men spreekt dan van wanen en hallucinaties. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn verward. Een psychose kan voor zowel de patiënt als de omgeving zeer beangstigend zijn.

Mensen met deze aandoening kunnen zich ook depressief, angstig, schuldig of gespannen voelen, waardoor zij zichzelf kunnen verwaarlozen, moeilijk sociale contacten leggen en zich afsluiten van de buitenwereld. Men noemt dit de 'negatieve verschijnselen' van schizofrenie.

Werking
Paliperidon vermindert het effect van natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen, zoals dopamine. Hierdoor onderdrukt het de verschijnselen van een psychose. Het lijkt te werken bij zeven op de tien mensen met schizofrenie. Mogelijk werkt het ook een beetje tegen de 'negatieve verschijnselen'.

De psychose vermindert binnen enkele weken en de verwardheid binnen enkele maanden. De werkingsduur van 1 dosis is ongeveer 24 uur.

Lees meer over schizofrenie . “

Manie

Verschijnselen
Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden en ondernemen activiteiten waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van wanen en hallucinatie.

Behandeling
Bij een manie schrijven artsen meestal eerst lithium of valproïnezuur voor. Is er ook sprake van psychoses of zeer extreem gedrag, dan kiest de arts (ook) voor een antipsychoticum, zoals paliperidon.

Werking
De rustgevende werking van risperidon bij een manie treedt binnen een aantal dagen in. De werkingsduur van één dosis is 12-24 uur.

Lees meer over manie . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.

  • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel.

    Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.

  • Bewegingsstoornissen. De bijwerkingen kunnen lijken op de verschijnselen van de ziekte van Parkinson: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge spiertrekkingen.

    Waarschuw bij deze verschijnselen uw arts. Ouderen, mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerking. Als u dit merkt, waarschuw dan uw arts. Als u dit medicijn langdurig gebruikt, kunt u zeer zelden een ander soort bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als u dit medicijn langdurig gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter.

  • Hoofdpijn

    Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

  • Onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie. Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten.

    Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Deze bijwerking komt vaak voor aan het begin van het gebruik of na een verhoging van de dosering.

  • Sufheid, slaperigheid, wazig zien en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen.

    Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.

  • Slapeloosheid, opwinding en een angstig gevoel.

  • Zwaarder worden, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling.

    Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, overgeven, diarree, verstopping, winderigheid en buikpijn.

    Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden, neem dan contact op met uw arts.

  • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten.

    Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.

  • Droge ogen en wazig zien, doordat u minder traanvocht aanmaakt.

    Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Heeft u het syndroom van Sjögren, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere mond en ogen droger zijn dan normaal? U kunt meer klachten krijgen. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.

  • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen. Dit kan geen kwaad.

    Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.

  • Toename van het hormoon prolactine in het bloed. Dit is vooral te merken aan melkafscheiding uit de borsten. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.

  • Vermoeidheid, slap gevoel en draaierigheid

  • Infecties van de neus en keel. U merkt dit aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen, verstopte neus, pijnlijke neus of keel. Neem contact op met uw arts als u denkt dat u een infectie heeft.

  • Spierpijn, gewrichtspijn, rugpijn en tandpijn. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

  • Hartkloppingen of onregelmatige hartslag, snellere of zeer zelden langzamere hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Zeer zelden kans op ernstige hartritmestoornissen. Dit is vooral van belang voor mensen met de aangeboren hartritmestoornis verlengde QT-interval. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Te veel glucose (suiker) in het bloed. Raadpleeg uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren, omdat dit medicijn de hoeveelheid glucose in het bloed kan verhogen.

  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten.

    Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.

  • Bloedarmoede, meer kans op infecties en bloedingen.

    Deze bijwerkingen kunnen ontstaan als het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts.

  • Epileptische aanvallen

  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte.

    De verschijnselen van trombose kunnen zijn: pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.

  • Meer cholesterol in het bloed.

    Dit is vooral van belang voor mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten of diabetes (suikerziekte). Zij moeten hier extra op worden gecontroleerd. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.

  • Moeilijk kunnen plassen

    Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.

  • Borstvorming bij mannen
     

    Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

  • Minder eetlust

  • Huiduitslag en jeuk. Dit kan komen door overgevoeligheid voor paliperidon, maar dat hoeft niet.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dat aan huiduitslag, galbulten of jeuk. Raadpleeg dan uw arts.

    In zeer zeldzame gevallen ontstaat een ernstige overgevoeligheid. Dit is te merken aan: koorts, ernstige benauwdheid, opgezwollen mond, tong, keel of gezicht, huiduitslag, ademhalingsproblemen, flauwvallen, blaren op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Stop in deze gevallen met dit medicijn en waarschuw meteen een arts of ga naar de Eerstehulpdienst. Als u overgevoelig bent, mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat door aan de apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Het intraoperatief 'floppy iris syndrome' (IFIS). Dit is een erg zeldzame afwijking aan het oog die een staaroperatie kan verstoren.

    Moet u binnenkort een staaroperatie ondergaan? Overleg dan met uw arts of het nodig is dat u het gebruik van dit medicijn tijdelijk stopt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik paliperidon gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen.

In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
  • Medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en paliperidon verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
    Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: Raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
  • Carbamazepine, een medicijn tegen epilepsie. Carbamazepine kan de werking van paliperidon verminderen. Uw arts zal de dosis controleren en eventueel aanpassen. Bij stoppen met carbamazepine kunnen de bijwerkingen van paliperidon toenemen. Overleg hierover met uw arts of apotheker.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals suf, slaperig en duizelig zijn.

Gebruikt u alleen de tabletten?
U mag de eerste 2 weken dat u dit medicijn gebruikt niet autorijden. Rijd ook geen auto zolang de dosering nog omhoog gaat. Pas nadat u 2 weken dezelfde dosering heeft gebruikt, mag u weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen. Na 2 weken dezelfde dosering gebruiken, zijn de meeste mensen voldoende gewend geraakt aan de effecten.

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Krijgt u samen met de tabletten ook injecties?
U mag NIET autorijden zolang u de injecties krijgt en ook de tabletten gebruikt. Pas nadat u bent gestopt met de tabletten en alleen de injecties krijgt, mag u weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Let op: ook psychoses, schizofrenie of manie kunnen een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

Voor meer algemene informatie kunt u het thema 'Medicijnen in het verkeer' lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

alcohol drinken?
Alcohol maakt het versuffende effect van dit medicijn sterker. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Meld het aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen. Maar het niet behandelen van uw ziekte kan ook schadelijk zijn voor u en voor de baby. Een psychose tijdens een zwangerschap geeft meer risico's voor u en voor de baby dan het gebruik van dit medicijn. Overleg daarom met uw arts over de voor- en nadelen.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het medicijn komt in de moedermelk. Het is niet bekend of dit schadelijk voor de baby is. Misschien kunt u overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe en wanneer?

Tabletten
Heel doorslikken met een half glas water. U mag de tablet NIET kauwen of breken, omdat de tablet dan onbedoeld al zijn werkzaam bestanddeel tegelijk vrijgeeft. De tablet is zo gemaakt dat de inhoud langzaam vrijkomt, waardoor de tablet ongeveer 24 uur blijft werken.

Kies voor een vast tijdstip waarop u de tablet dagelijks inneemt, zoals altijd bij het ontbijt. U vergeet dan minder snel een dosis.

Verander het moment niet. Dus niet opeens een keer voor het ontbijt of zonder ontbijt. Anders heeft u kans op een onverwachts effect, te sterk of te zwak.

Injecties
Deze zal de arts of verpleegkundige in de bilspier of de deltaspier (schouderspier) toedienen.

Om de dosering in te stellen, krijgt u eerst 2 injecties met één week tussentijd. Als de dosering goed is ingesteld, worden de volgende injecties elke maand, elke 3 maanden of elke 6 maanden.

Hoe lang?

Schizofrenie
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

  • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
  • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

Manie
Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van paliperidon langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met paliperidon, om een nieuwe manie te voorkomen.